Home » Kennis & Inspiratie » Waarom het positieve verhaal over arbeidsmigratie nauwelijks wordt gehoord
Arbeidsmigranten houden onze economie draaiende, maar in het debat domineren de negatieve verhalen. Peter Loef wil dat veranderen. In de podcast Grensverleggend in Flex legt hij bloot waar beeld en werkelijkheid uit elkaar lopen en waarom het positieve verhaal zo weinig wordt gehoord. Dit blog vat de belangrijkste inzichten samen.
Als Programmamanager Arbeidsmigratie bij de ABU kent Peter twee werelden: de vergaderzaal en de werkvloer waar het beleid landt. Of niet landt. Hij slaat bruggen tussen beleid en de praktijk. Maar ook tussen beeldvorming en de echte verhalen van mensen. Want het debat blijft, zonder te bagatelliseren, vooral hangen in alleen de misstanden, vindt hij.
Uit onafhankelijk onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken blijkt dat 85% van de arbeidsmigranten met een inkomen lager dan 130% van het WML niet ontevreden is over werk, arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en wonen. 85 procent… Hij noemt het met nadruk, omdat hij weet hoe weinig mensen het kennen.
“We richten ons op het deel wat niet tevreden is. Dat is begrijpelijk, want misstanden moeten worden aangepakt. Maar doordat we alleen dat verhaal vertellen, ontstaat er een scheef beeld.” Het gevolg: arbeidsmigranten worden al snel als zielig weggezet, en uitzendbureaus als verdacht. “Het maakt het des te wranger dat we in plaats van de boeven aanpakken, alsmaar nieuwe wetten en verplichtingen invoeren die de kostprijs van de bonafide partijen opstuwt en hen in een slechtere concurrentiepositie zet. Alleen maar omdat we in Nederland niet in staat zijn om voldoende effectief te handhaven!”
Peter weet dat de werkelijkheid breder is. Hij spreekt mensen die als uitzendkracht begonnen zijn en nu een bedrijf aansturen. Mensen die goed Nederlands hebben leren spreken en een mooi familieleven hebben opgebouwd. “Geweldig om te zien dat een werkgever mensen een nieuw perspectief kan bieden.”
Tegelijkertijd is hij scherp op waar het misgaat. Niet alleen bij malafide uitzendbureaus die arbeidskrachten uitbuiten en onderbetalen. Maar ook bij alle mensen die boodschappen in de supermarkt doen en die hun huis laten schilderen. “We kopen het liefst de goedkoopste champignons bij de supermarkt. We laten ons huis als het even kan zo goedkoop mogelijk schilderen. En dan niet per sé door de lokale middenstander. Hoe die lage prijs tot stand komt, daar staan we liever niet bij stil. De arbeidsmigrant maakt onze economie draaiende. Dat weten we. Alleen zeggen we het niet hardop.”
Dat ongemak zie je overal terug. Consumenten vragen om goedkope producten. Maar de mensen die de lage prijzen mogelijk maken, komen alleen in het nieuws zodra er sprake is van misstanden.
Nog een belangrijk punt is de kloof tussen beleid en praktijk. Regels gaan volgens hem uit van het ideaalbeeld, van een maakbaarheidsgedachte, niet van de werkelijke situatie.
Hij neemt huisvesting en een zorgverzekering als voorbeeld. Het beleid richt zich op zelfredzaamheid. Arbeidsmigranten moeten in staat worden gesteld om dit soort zaken zelf te regelen, om zo hun onafhankelijkheid te waarborgen. Maar in de praktijk hoort hij wat anders.
Arbeidsmigranten willen juist dat het uitzendbureau dit soort zaken voor hen oppakt. “Ze spreken de taal niet, maar willen wel dat het goed is geregeld. Dan is het fijn dat iemand dat voor je doet. Regelt een bureau dit niet, dan gaan ze naar de volgende.” Dit heeft volgens hem niets te maken met afhankelijkheid, maar met het verlangen naar een veilige start. “Laten we dan diegene aanpakken die misbruik van de situatie maken, niet degene die er veel effort insteekt om dit voor hun mensen goed te regelen.”
Nieuwe regels, zoals de Wtta kunnen helpen. Deze wet bepaalt wie er als uitzendbureau mag opereren. Hij gelooft erin, maar alleen als er goed wordt gecontroleerd. “De goede bedrijven zijn intrinsiek gemotiveerd om het goed te doen. Die investeren in huisvesting en maken kosten.” Deze investeringen geven malafide partijen de kans om te concurreren op prijs.
Zolang de pakkans laag is, blijft dat verschil bestaan. Peter noemt dit de ‘race to the bottom’, en die race is wat hem betreft in volle gang. De goede partij betaalt de rekening. De foute partij zoekt de grens op. En de opdrachtgever boven in de keten is de lachende derde als hij niet verder wil kijken dan zijn eigen portemonnee. .
“Daarom moet je niet alleen handhaven op degenen onder in de keten, maar ook erboven. Er is alleen plek voor malafide partijen als er een markt voor deze partijen is. Als opdrachtgevers strategisch onwetend zijn en zich ook niet afvragen hoe het uitzendbureau het voor die prijs kan doen en kan volhouden. Met de WTTA zouden de opdrachtgevers ook aangesproken gaan worden, waarmee er gelukkig ook naar hen gekeken gaat worden.
Dit blog is een samenvatting van de podcastaflevering over het positieve verhaal achter arbeidsmigratie. Peter besprak nog veel meer met Dréann en Eva. Ben je benieuwd? Luister dan naar deze en andere afleveringen van Grensverleggend in Flex en ontdek hoe experts zoals Peter Loef de branche vormgeven.